Opruimtypes, met bijpassende opruimtips!


Vorig jaar in maart heb ik 'mijn' opruimtypes ook al eens beschreven op dit blog, 
maar het kan vast geen kwaad ze weer eens te herhalen

Opruimtypes
(met de bijpassende opruimtips) 

We moeten allemaal opruimen, en niemand doet dat echt moeiteloos.
Iedereen heeft valkuilen, we hebben allemaal wel een beetje last van 'iets'. 
Dat geeft ook niet, soms is het vermakelijk als je de humor er van in kunt zien.

Hieronder benoem ik opruimtypes, met de tips die juist dit type zich ter harte zou kunnen nemen. 
Misschien herkent u zichzelf in een of meerdere types? Of herkent u een huisgenoot? 
Iets om te overdenken ofwel een gespreksonderwerp voor een gezellige avond thuis!


De voor-de-visite-opruimers ruimen vooral op voor de visite. Ik hoorde van iemand die de pastoor aan zag komen en alles van de keukentafel in de oven schoof. Het lijkt erop dat mensen die vooral voor-de-visite-opruimen het niet de moeite waard vinden om het huis voor henzelf alléén gezellig en opgeruimd te houden. Dat is jammer, hoe leuk is het om na een middagje poetsen - innig tevreden - puur voor jezelf een bloemetje in huis te halen.

De klaar-voor-de-crisis types willen voorbereid zijn op slechte tijden. Het zijn de ’Dat is zonde om weg te gooien, want je weet maar nooit!’ types.  Ze halen ritsen en knopen uit hun oude kleren, hebben een provisiekelder vol blikvoer en kasten vol zeep en zoveel plastic tasjes en elastiekjes in voorraad dat ze nooit op raken. Misschien kan het klaar-voor-de-crisis-type meer uit het leven halen als hij of zij leert om iets minder bang te zijn voor rampspoed en schaarste.

De hebbers zijn hamsteraars, de ’Doe je dat kastje weg? Mag ik het dan?’ types. De ‘In de reclame neem ik er altijd 12 van!’ types. Het zijn meestal geweldige goede koopjesjagers. Als ze iets voor een prikkie kunnen meenemen zullen ze dat niet laten, ook al hebben ze er thuis al genoeg van. Dit soort types moeten zich tegen zich zelf beschermen. Boodschappen doen met een lijstje en eerst iets opmaken of wegdoen voor ze iets nieuws kopen.

De zig-zaggers zijn voor veel mensen heel herkenbaar. Een zig-zagger wil de keuken opruimen, vindt een boek dat niet bij de kookboeken in de keuken hoort en loopt naar de boekenkast in de kamer. Die is vol, maar er kan wel wat uit wat er eigenlijk niet hoort. De zig-zagger vindt tussen de boeken een stapeltje rekeningen en even later is de zig-zagger de administratiemap aan het ordenen. Uiteindelijk gebeurt er in de keuken weinig. Beter is om de ruimte die opgeruimd moet worden niet te verlaten. Spullen er niet thuishoren worden verzameld in dozen/kratten bij de deur, uitgesplitst in: Elders opbergen in huis, Vertrekplek of Afvalscheiding. Aan het einde van de opruimklus wordt de inhoud van deze kratten nog even verwerkt.  

De slechte beginners wachten tot ze in de juiste ‘mood’ zijn. Ze komen niet op gang of weten niet waar ze moeten beginnen. Ze zijn blij dat ze zich kunnen laten afleiden door een telefoontje ofzo. Een slechte beginner kan proberen om eens met iemand anders op te gaan ruimen. Als er een afspraak in de agenda staat moet hij of zij wel…. 

De weggooiers zijn mensen die, als ze dan eindelijk de stap nemen om te gaan opruimen, in de paniek schieten en van de weeromstuit van alles gaan weggooien. Ze geven ongewild hun diploma’s met de vuilnisman mee. Later hebben ze spijt. Weggooiers moeten er voor waken dat ze niet te moe zijn als ze gaan opruimen. Ruim in alle rust een uurtje op. Stop op tijd. Zet de eierwekker. 

De rechtleggers zijn de opruimtypes bij wie alle wijnflessen met het etiket in dezelfde richting horen te staan. Alles dient precies op dezelfde plek te worden teruggezet. De kleding hangt op kleur en alles moet op dezelfde manier gevouwen worden. Dit soort types zijn lastig om mee samen te leven, omdat alles op hun manier moet gebeuren, of omdat ze werk van anderen doodleuk overdoen. Ze kunnen zich pas ontspannen en concentreren als er niets meer in de weg ligt of hun afleidt. Bent u zelf zo’n type, probeert u dan een beetje minder streng te zijn. Laat bewust eens iets liggen. Dat leeft wel zo makkelijk en u leert dat er geen rampen gebeuren als u de teugels wat laat vieren.

De chaos-is-juist-creatief-types zijn de types die het niet te strak opgeruimd willen hebben omdat ze bang zijn hun creativiteit te verliezen. Voortdurend efficiënt opbergen en structureel alles wat overbodig is weg doen maakt dat dit soort types het plezier zou missen van precies op het juiste moment (toevallig) iets terug vinden. Met een beetje rommel zou het puur gevoelsmatige, het onbewuste en het intuïtieve in henzelf worden gestimuleerd. Met (een beetje) chaos heeft dit type het gevoel dat hij of zij meer in harmonie is met het leven. Weet alleen wel, dat de balans daarin een dunne lijn is. Een beetje chaos kan ontsporen in een enorme chaos. Voortdurend naar van alles moeten zoeken en groeiende irritaties en frustraties kunnen de creativiteit ook nadelig beïnvloeden.

De systeemzoekers zijn mensen die bij het opruimen steevast beginnen met het kopen van telkens weer nieuwe handige opruimattributen. Zij richten hun hoop op de nieuwe technische snufjes, heel handige stapelkratjes en digitale gadgets maar vergeten soms dat ze toch zelf aan de slag moeten. Een systeemzoeker kan het beste eerst de hoeveelheid spullen verminderen, daarna bekijken wat voor soort opruimsysteem hij of zij nodig heeft en dan pas met meetlint bij de hand dat gaan kopen.

De perfectionisten willen alles zo vlekkeloos doen dat ze maar liever ergens niet aan beginnen als het niet precies kan worden wat ze er zelf van verwachten (perfectie dus). Perfectionisten zullen ook op andere gebieden, zoals hun werk, last hebben van perfectie dwang. Het goede nieuws is dat een perfectionist juist het opruimen als een testcase kan gebruiken om hiermee te leren omgaan. De perfectionist kan thuis vrijelijk experimenteren met verschillende manieren van opruimen die voor hem of haar goed zouden kunnen uitpakken, zoals leren om op tijd te stoppen (ook als het nog niet af is), toch maar ergens aan beginnen (ook al heeft hij of zij maar een kwartiertje) en verdragen dat als het een keer geen tien kan worden een klein zeventje toch tevreden kan stemmen.

De liggenlaters zijn de mensen die altijd bang zijn spullen te vergeten als ze het niet meer in het zicht hebben liggen. Uit het oog wordt bij hen (denken ze) dan al snel uit het hart, en daarom stallen ze van alles om zich heen uit en dat ontaardt al snel in een enorme zooi waar niemand aan mag komen want anders raakt het maar kwijt. De sleutel voor de liggenlater is om vaste plekken te bedenken voor wat het huis in komt, zoals bijvoorbeeld post in een la.  Zo leert hij of zij er op te vertrouwen dat de spullen, die uit het zicht, maar wel op een vaste plek zijn opgeborgen, altijd terug te vinden zijn. 

De vasthouders zijn de types die spullen van vroeger willen houden. Ze kunnen geen afstand doen van de kast (met houtworm) die nog van oma is geweest of van die oude versleten theedoek die al zo vaak mee is geweest op vakantie. Ze zijn bang dat ze zonder de bijbehorende spullen zich mensen en situaties niet meer zouden kunnen herinneren. Als vasthouders leren hoe ze minder krampachtig vast hoeven te houden aan vroeger kunnen ze waarschijnlijk meer van het moment zelf genieten. Bovendien leren ze zo dat mooie herinneringen vooral in henzelf (en niet in hun spullen) geborgen zitten.

De proppers blijven maar stouwen in de kast en jawel hoor: spullen passen er (vaak) nog net bij, maar proppers zijn lang bezig om iets uit de kast te pakken of vergeten wat ze hebben en kopen dan maar nieuw. Proppers zijn gebaat bij meer lucht en overzicht in hun kasten. Ze kunnen het beste na elk opruimbeurt steeds als ze denken dat ze klaar zijn toch nog iets wegdoen. 

De dat-zie-ik-toch-niet-types zijn de mensen (meestal mannen) die steevast over de spullen die op de trap liggen om mee naar boven te nemen heenstappen. Dit soort types doet wel de afwas maar ruimt niet alle schone vaat op en vergeet een doekje over het fornuis te halen. Ze zijn echt heus van goede wil, maar uit zich zelf zien ze niet wat er gedaan zou moeten worden. Voor degenen die dat wel zien is het lastig zich voor te stellen dat het geen luiheid of onwil is. Ruzie maken is meestal niet erg effectief. Vragen om de klus alsnog  - of een volgende keer beter - te doen wel. En uitgebreid bedanken helpt ook!




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen