Posts tonen met het label opruimcolumn van anderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opruimcolumn van anderen. Alle posts tonen

Acht tips voor een structureel netter huis



Opeens vliegt de rommel je aan: het huis moet netjes en wel nú. Dus begin je lukraak met opruimen, om vervolgens halverwege ontmoedigd te raken. Kan het ook anders? 

1. Kies één plank, niet de hele kast
'De meeste mensen die beginnen met opruimen, willen heel veel doen in één keer', zegt professional organizer Els Jacobs, auteur van het boek Organiseer je leven. 'Door zelfoverschatting haal je de hele kast leeg. Vervolgens komen de kinderen uit school, strandt het project en zit jij in de rommel.'
Om jezelf te beschermen tegen onrealistisch opruimgedrag, hang je een tijd (30 minuten) aan een niet al te grote taak (badkamerlade). 'Kies voor de provinciale weg, niet de snelweg', zegt Jacobs. 'En stop op het moment dat je het nog leuk vindt. De volgende keer hoef je dan geen moed of motivatie te verzamelen.' Volgens Jacobs bestaat opruimen uit vier o's: overdenken, opschonen, ordenen en onderhouden. De eerste 'o' moet je dus zeker niet overslaan.

2. Begin níet met de zolder
Het is verleidelijk om als eerste de zolder of berging aan te pakken, want daar ligt gevoelsmatig de meeste zooi. 'Maar na drie uur buffelen is het daar nog steeds een chaos. En dat werkt niet bemoedigend', zegt Jacobs. Begin op een plek waar je het meeste profijt hebt van het resultaat, zoals de woonkamer of de keuken.

3. Voorkom kriskras opruimen
Tijdens het opruimen kom je een pen tegen die in de studeerkamer hoort. Eenmaal daar zie je wat oude boeken die best weg kunnen. Je stopt ze in een krat en onderweg in de gang ontdek je oude schoenen die je best nog aan een vriendin kunt geven. 'Voordat je het weet, lopen er allerlei taken door elkaar en ben je kriskras aan het opruimen', zegt Jacobs.
Dit voorkom je door altijd drie verhuisdozen naast je neer te zetten die je labelt als 'hier opbergen', 'elders opbergen' en 'weg'. Alles verdeel je over die categorieën. 'Je minimaliseert de kans om afgeleid te raken omdat je niet steeds hoeft weg te lopen om dingen op te bergen.'

4. Berg spullen op waar je ze nodig hebt
Bewaar spullen waar je ze gebruikt. Dat klinkt als een open deur, maar het gaat vaak fout. 'In veel huizen liggen de theedoeken in de linnenkast op de eerste verdieping, terwijl je ze in de keuken nodig hebt', zegt Jacobs.
De kunst van een opgeruimd huis is om de inrichting aan te passen aan het gedrag van de bewoners. En dus niet andersom. 'Je kan wel vinden dat tandenborstels in de badkamer horen, maar met kleine kinderen is het soms makkelijker dit in de keuken te doen. Geef je daaraan over. Zo wordt terugleggen ook makkelijker.' En dat niet alleen. 'Opruimen is geen doel op zich, maar een middel om meer tijd voor jezelf te creëren om te doen wat je leuk vindt', zegt professional organizer Marianne Winter. 'Als jij graag aan de keukentafel gitaar speelt, dan wil je jouw muziekinstrument daar in de buurt opbergen. Zo wordt het makkelijker om regelmatig te oefenen, dan wanneer je 'm eerst van zolder moet halen.'

5. Weggooien van spullen: kies de makkelijke weg
Mensen besteden vaak meer energie aan de spullen die ze weg willen doen dan aan de spullen die ze willen houden, meent Jacobs. 'Ze zetten een jurkje op Vinted en vragen in de app aan vrienden of zij interesse hebben.' Maak het wegdoen van spullen niet onnodig ingewikkeld. 'Stop alles in een doos en lever het af bij de kringloop. Anders blijf je in de rommel zitten.'

6. Denk als een ober en voer het 10-minutenrondje in
Opruimen is onderhouden. 'Denk als een ober', zegt Marianne Winter. 'Kom je iets tegen dat daar niet moet liggen? Neem het dan direct mee. Veel dingen zijn binnen twee minuten weggewerkt en dan hoef je er niet meer over na te denken.'
Het 10-minutenrondje biedt ook uitkomst. 'Na het eten en voor het slapengaan loop je door het huis en leg je alle spullen terug op hun plek', zegt Jacobs. 'Schoenen in de kast, de theedoek op het aanrecht hang je aan het haakje, kleding en studieboeken van de kinderen naar boven, krant in de oudpapierbak', somt Jacobs op. 'Maak hier een gewoonte van en je begint de volgende ochtend met een schone lei.'

7. Wees je bewust van magneetplekken
Op het uiteinde van de eetkamertafel stapelt de post zich op. En het plankje in de hal ligt binnen de kortste keren altijd vol met sleutels, mobieltjes, koptelefoons en dat hardloophoesje voor je telefoon. 'Dit zijn magneetplekken', legt Jacobs uit: locaties waar rommel zich bijna automatisch ophoopt. 
Wat doe je eraan? Je kunt deze plekken standaard meenemen in het 10-minutenrondje of een nettere opbergplek creëren. In het geval van dat plankje in de hal kun je denken aan een kastje aan de muur met lades. 'Maar wél op de plek waar de rommel al ligt. Een mooi opbergrek in een andere kamer heeft geen zin, want dat gaat niemand gebruiken.' Ook hier geldt: pas de inrichting aan op het gedrag.

8. Lange leve de rommellade
'Elk huis heeft een rommella nodig', meent Jacobs. Voor alle dingen waarvan je denkt: wat moet ik ermee? 'Een doosje met elastiekjes, nagelknippertjes, losse potloden, oplaadsnoertjes, make-upmonstertjes, ansichtkaarten. Stop het er gewoon in. Je kan niet je hele huis vrij van troep houden. Gaat de lade niet meer dicht, dan mest je hem uit.'

Dit artikel is afkomstig uit de Volkskrant / Anna van den Breemer


Waar zijn alle bakjes?

 

 “Waar zijn alle bakjes?” Jan graaft in de middelste la rechts. Daar liggen de bakjes. In elkaar geschoven, de deksels ertegenaan. Dat gaat in elk geval op voor de bakjes die hetzelfde zijn en dus in elkaar kunnen worden geschoven. Verder zie je in die la een waanzinnig bouwwerk van allerlei formaten die een beetje passen, helemaal niet passen of ineens rond zijn tussen alle vierkante en langwerpige familieleden. Het is dus een krankzinnige la waar ik van tijd tot tijd opnieuw structuur in breng. Dat geeft een goed gevoel. Een la vol geordende plastic voorraadbakjes kan me sterk de illusie geven dat de rest van mijn leven ook gestructureerd is. Zonder toeval. Alles op een rij. Ik kan ook zo genieten van een bestekla in mijn vaatwasser waarin ik alle messen bij elkaar leg, daarna alle lepels en dan alle vorken. Idealiter kijken ze ook nog allemaal dezelfde kant op. Diepe intense bevrediging geeft dat aan een warrig hoofd.

Maar zo’n la met bakjes leidt een eigen leven. Zo is-ie overvol, zo is-ie weer leeg. Blijft hij dat een tijdje, dan koop ik in een opwelling bakjes erbij. Van een totaal ander merk, liefst veel en heel goedkoop, zodat alle stapel-ellende een extra ingewikkelde dimensie krijgt. Bovendien komen dan ineens alle meiden bakjes terugbrengen waarin ze ooit soep meenamen. Of boerenkool met worst. Of hele maaltijden op de donderdagen dat we op kleinkinderen pasten en niet iedereen aan tafel mochten voederen vanwege de ‘1 bezoeker’-regel. Tel daar nog de bakjes bij die we meegaven als kliekje voor in de vriezer. Én alle bewaarde plastic schepijsbakjes en bekers van de Griekse yoghurt.

“Die hoeven niet terug!” roep ik bij die laatste categorie altijd genereus. Maar inwendig ben ik altijd van slag als die fijne stapel yoghurtbekers ineens is gereduceerd tot één exemplaar dat nergens in past.

Lees ik ineens een interview met een zielsverwant. Janneke, ingestort doordat Tupperware ophoudt met leveren op de Nederlandse markt. Een foto toont Janneke in haar keuken. Ze wijst op totaal georganiseerde lades en kastjes. Allemaal dezelfde bakjes en dozen. Die zo zijn ontworpen, dat ze passen. Och Janneke, in deze column lees je in welke chaos je straks belandt. Ook jij gaat straks idiote stapels bakjes kopen bij heel grote winkelketens, waarvan je op voorhand al weet dat de helft zó'n onhandig formaat heeft, dat je er nooit iets mee gaat doen. Behalve dan eten in meegeven en bidden dat het nooit retour komt. Maar ja, die brengen ze dus wel terug. Want die passen niet in hun keukenla. Waarmee ik Jans raadsel heb opgelost. Eureka. Die bakjes? 

Die staan keurig in een la. Alleen niet in die van ons.



Geen tijd om te rouwen: opruimen


Met toestemming van de auteur Conny Darwinkel van www.opruimenvoormoeders.nl plaats ik hieronder een artikel van haar hand:

Opruimen na de dood van je ouders, een helse klus?

In 2020 heb ik Rina geholpen om haar ouderlijk huis op te ruimen, na de dood van haar vader.
Rina is enig kind en woont dicht bij haar ouders. Rina is gescheiden en heeft een zoon van 18 jaar.

Rina’s vader overleed eind 2019 na een lang en intensief ziekbed waarbij zij veel mantelzorg op zich had genomen.
Precies in een tijd waarin ze zelf nét verhuisd was en hoopte rustig haar eigen huis op orde te krijgen.
Dát heeft ze geparkeerd tot ze weer meer aandacht en tijd vrij zou hebben.
Maar dat duurde langer dan ze gehoopt had.
Na de dood van haar vader ging haar moeder namelijk ineens hard achteruit.
Vervolgens kwam corona.
Na maanden van – wederom – mantelzorg door Rina werd haar moeder tijdens de eerste lockdown in een verzorgingshuis opgenomen.

Geen tijd om te rouwen: opruimen
Een hele opluchting voor Rina. Maar tijd om te rouwen over de dood van haar vader en de ziekte van haar moeder was er amper. Want nu was er ook nog de zorg voor het huis van haar ouders. Een koophuis dat verkocht moest worden.
En voordat het überhaupt te koop gezet kon worden, moest er eerst opgeruimd worden.
Ga er maar aan staan… in je eentje.

Alsof ze het imperium van haar ouders afbrak
Bijna 25 jaar hadden haar ouders in het huis gewoond.
Beide heel creatieve en handige mensen met allerlei hobby’s.
Haar moeder en haar vader hadden allebei een kamer voor hun hobby en de bijbehorende spullen.
Daarnaast was er de garage, het domein van de vader van Rina.
Met een werkbank en veel gereedschap.
En niet te vergeten: alle bewaarde plankjes, latjes, schroefjes, plaatmateriaal, ijzer…
Zie je het voor je?
Rina’s ouders waren ooit met niks begonnen in de jaren ’50.
Ze konden alles maken en alles repareren en van ‘niets’ toch altijd weer ‘iets’ maken.
Rina had het gevoel dat ze alles wat haar ouders samen hadden opgebouwd moest afbreken.
“Alsof ik een imperium afbrak”, dat is wat ze letterlijk daarover zegt.
Dit vond ze heel zwaar, vooral omdat ze het toch vooral alleen moest doen.
Er was wel veel hulp van ooms, tantes, neven en nichten.
Maar het overzicht, alle beslissingen, de volgorde, overleggen met de makelaar…
Dat kwam toch op haar bordje.
Uiteindelijk kostte het haar zoveel energie, het ging niet meer.
Ze riep mijn hulp in.

Ze zag door de bomen het bos niet meer
Rina had vooral behoefte aan iemand om mee te ‘sparren’.
Samen het grote geheel weer overzien.
Iemand die haar hielp de moed niet te verliezen.
Maar ook gewoon iemand met een grote auto die heel veel spullen wegbracht.
Ik bén wat keren met een volle auto naar de kringloopwinkel gereden.
Of naar het afvalscheidingsstation.
Na een paar maanden was het huis klaar voor de fotograaf en werd het op Funda gezet.
Toen het huis verkocht was hebben we het huis helemaal leeg gemaakt voor de oplevering.

Inmiddels zijn we ruim 9 maanden verder.
En nu gaan we door met opruimen in Rina’s eigen huis.
Daar liggen naast haar eigen spullen na haar verhuizing ook nog:
– De spullen die haar moeder wil houden maar die niet in haar kamer in het verzorgingshuis passen.
– De spullen die Rina wil houden, als herinnering aan haar vader en moeder.
– En de spullen waar Rina geen beslissing over kon nemen en die ze nog niet weg kon doen.
Er is dus nog wel wat werk aan de winkel. En natuurlijk gaat de zorg voor en om haar moeder ondertussen ‘gewoon’ door.

Als ik Rina vraag om terug te kijken op het opruimen van het huis van haar ouders, is dit wat ze daarover wil delen:

Ik vond het een hel om te doen.
Het was echt @#$%.
Je wordt zó in dat proces ‘geflikkerd’.
Ik moest het doen, onder tijdsdruk, in zo’n verdrietige tijd.
Er was niet eens tijd om te rouwen.
Het heeft mij heel veel energie gekost.
Het raakte me emotioneel maar ook fysiek.


Ze voegt daar aan toe: “Weet je, we hebben allemaal veel te veel spullen.
Oude mensen hebben nóg meer. Als ze de oorlog en de jaren daarvoor of daarna hebben meegemaakt…
Toen hadden ze bijna niks en daardoor kunnen ze nu moeilijk spullen weg doen.
Maar wij kunnen hiervan leren.”

Ik wil dat mijn kind dit niet hoeft te doen met mijn spullen later.

Rina is heel resoluut:
“Vaak wordt gebagatelliseerd waar mensen hun kinderen mee opzadelen.
Heel egoïstisch eigenlijk.
Het kost zoveel energie en emotie om op te ruimen na iemands overlijden!
Naast de ‘gewone’ rouw, áls je daar al aan toe komt doordat alle aandacht naar het opruimen moet.

”Drie tips om dit zelf anders te doen
Rina heeft drie tips voor iedereen die haar kinderen niet wil opzadelen met zo’n emotioneel 
en fysiek zware klus. Samengevat:

1. Doe nu al weg, maakt niet uit hoe jong of oud je bent.
2. Doe méér weg.
3. Doe nóg meer weg.

Dit bedoelt ze met een knipoog maar tegelijkertijd ook bloedserieus.
En het zóuden mijn woorden kunnen zijn, dat snap je wel.
Maar voor jou is het niet zo belangrijk wat Rina of ik hiervan vinden…
We zijn allebei benieuwd naar wat jij hiervan vindt.
Misschien raakt het verhaal van Rina je wel persoonlijk.

Heb jij dit al eens meegemaakt?
Heb je na het overlijden van je vader, moeder of iemand anders een huis moeten opruimen? Hoe heb je dat ervaren? Of heb je dit nog niet meegemaakt? En zie je hier dan niet/wel tegenop?

Waarom hebben creatieve mensen meer rommel?


Met toestemming van de schrijfster Conny Darwinkel
van opruimen voor moeders deel ik haar artikel met de titel:
Waarom hebben creatieve mensen meer rommel?

Ik zie het veel vaker bij moeders die ik help met opruimen.
Ze zijn heel creatief, op allerlei manieren.
Maar ze lijken ook beduidend meer ‘rommel’ te hebben.
Meer ‘rommel’ dan minder creatieve geesten.
En ‘rommel’ zet ik hier maar even tussen haakjes.
Voor andere mensen lijkt het misschien rommel.
Maar voor iemand die creatief is, is het dat zeker niet.

Misschien herken je het bij jezelf (of bij mensen om je heen)?
Je ziet een lap stof, een lampenkap, een sweater met een gat er in, een kastje…
En direct komen er tig ideeën in je op.
“Daar kan ik zus of zo mee doen.”
“Daar kan ik dit of dat van maken.”
“Dat kan ik altijd nog repareren.”
Et voilà: genoeg reden om het te bewaren.

Het is ook logisch! Iemand die creatief kijkt en denkt, ziet veel mogelijkheden, ideeën en oplossingen.
Maar… en hier ga ik de advocaat van de duivel spelen… In die creativiteit schuilt ook een ENORME valkuil. Een bodemloze put zelfs. Vol met bewaarde spullen en niet-uitgevoerde ideeën .
Ik denk namelijk dat we de woorden ‘creëren’ ‘creatief’ en ‘creativiteit’ vaak verkeerd gebruiken.
Het werkwoord creëren komt van het Latijnse woord creare wat letterlijk ‘scheppen’ betekent.
Dat betekent niet alleen maar het zien van mogelijkheden of het bedenken van ideeën.
Creëren is óók: iets scheppen, iets maken.

En in dat laatste zit nu net de crux. Er ook iets van maken.
Wat ik vaak zie is dat moeders veel spullen bewaren waar uiteindelijk niets mee gemaakt of gedaan wordt. (En ja, ik steek ook mijn hand op, ik heb een milde stoffen/lapjes-tic en nog wat andere bewaarneigingen vanuit mijn ‘creatieve denken’. Vraag mijn man maar, die wordt af en toe gek van mij…)

Als ik die dingen bewaar, dan ben ik in mijn ogen meer reactief dan creatief.
Ik reageer op het ding (lampenkap, kastje, lap stof etc)!
Niet omdat ik eerst heb besloten om iets te creëren en dan het materiaal er bij te zoeken.

Hoor jij jezelf wel eens de woorden “Hier kan ik nog…. mee maken” zeggen of denken? Of variaties op dat zinnetje? RODE VLAG voor potentiële rommel! Vooral het woord ‘kan’ is heel misleidend.

Natuurlijk kán ik een dekbedhoes maken van dat vintage flanellen laken.
En zeker weten kán ik een collage maken van de illustraties uit dat oude vogelboek.
Zonder twijfel kán ik iets leuks maken van die lekkere wollen trui met gaten er in.
Dat kan ik allemaal. Ik ben er handig genoeg voor en ik heb ook alle gereedschap in huis.

Maar ga ik het ook allemaal doen?
Heel eerlijk?

Het grootste deel zeer waarschijnlijk niet.
Er zijn zoveel andere dingen die ik nu belangrijker vind.

En daarom liggen die vintage lakens er na vier jaar nog steeds.
Stond het kastje tot deze winter in de kelder te wachten.
En staat het vogelboek nu nog in de boekenkast.

‘Clutter is everything that is no longer serving you’
(‘Rommel is alles wat jou niet meer dient’)

~ Brooks Palmer, de schrijver van het boek ‘Clutter Busting’.

Die spullen die daar maar liggen te wachten, die dienen mij niet. Integendeel.
Ik heb bij de meest van die bewaarde dingen steeds het gevoel dat ik er iets mee MOET.
Een vaag to-do-lijstje dat zachtjes in mijn nek hijgt. Oftewel: rommel.

Dat is het rare van een creatieve geest: Je ziet altijd wat er allemaal kán met een ding, bewaart het en vervolgens heb je het gevoel dat je er iets mee móet. En misschien is dat gevoel van moeten wel de échte RODE VLAG, de échte rommel.

Dus waarom hebben creatieve mensen meer rommel?
Volgens mij omdat we zien wat er allemaal kán met een ding, en dat verwarren met dat we dat dan ook gaan dóen.

Maar zie bovenstaande vooral als stof tot nadenken, een beetje stoken in jouw denken over spullen, creativiteit en rommel. Laat je door mij niets wijsmaken. Hoe het voor jou werkt en wat jij vindt, daar gaat het om.

Dus laat weten wat jij vindt!
Herken je wat ik schrijf over creatieve geesten en bewaren van spullen?
Vind je überhaupt dat creatieve mensen meer rommel hebben? En waarom dan? Vertel! Ik lees het heel graag.

bron

Gelukkig met genoeg!


Nu op Netflix een serie over Marie Kondo te zien is, staat haar opruimmethode weer volop in de belangstelling. De aandacht gaat daarbij vooral naar ontspullen. In elke aflevering worden schokkend veel vuilniszakken afgevoerd. Al kijkt Marie Kondo glimlachend toe, is dit nou echt wat de Japanse opruimcoach bedoelde met spark joy?

Het boek Opgeruimd dat in 2011 verscheen, maakt van Marie Kondo een wereldster. Dat succes is voor een groot deel te danken aan een simpel maar briljant idee: kleren moet je niet op stapels leggen, maar rechtop zetten. Alles, van onderbroeken tot spijkerbroeken, vouw je tot rechthoekige pakketjes die je rechtop zet in een la of doos. Dat is de praktische kant van haar opruimmethode, maar de basis ligt bij hoe je omgaat met je spullen.


Nikszeggende shirts

Volgens Marie Kondo draait alles om spark joy, de titel van haar tweede boek. Als je thuis de boel gaat uitmesten, pak je alles wat je hebt één voor één in je handen. Elk t-shirt, elk boek. Terwijl je het vasthoudt, stel je jezelf de vraag: ‘Does it spark joy?’ Dat betekent zoiets als sprankelt het, word je er blij van? De shirts waar je blij van wordt blijven, de nikszeggende shirts kunnen weg (na ze nog wel eerst persoonlijk te hebben bedankt voor de tijd dat ze bij je waren). Het resultaat is dat de Amerikaanse huishoudens in de Netflix-serie Tidying Up with Marie Kondo tientallen vuilniszakken volstouwen met sokken, bakvormen en kerstdecoraties waar de glans vanaf is.

Denk niet aan je ikje of je vonkje

Het voelt niet lekker, dat weggooien. Naema Tahir verwoordde laatst mooi in een column voor Trouw waarom ze moeite heeft met spark joy: ‘Vergezocht of niet, het gaat om een levenshouding waar we in het Westen goed in zijn: afgaan op je momentane gevoelens, je verlangens van het ogenblik. Zo gaan we ook vaak om met spullen. Willen we iets, dan kopen we het, willen we het niet meer, dan gooien we het weg.’ Het probleem is dat veel spullen voor ons maar heel kortstondig sprankelen. En dan ook nog op het verkeerde moment: pas als we zoveel hebben gekocht dat we omkomen in de troep. Tahir koopt al vier jaar nauwelijks kleding meer. Dat is een betere manier dan shoppen en daarna ontspullen. ‘Waarom zou je het niet anders doen’, zegt Tahir. ‘Neem voordat je iets koopt een kledingstuk in de hand, denk niet aan je ikje of je vonkje, maar vraag je af of je er over tien jaar nog in zou willen lopen. Zo niet, laat staan.’ 

Houden van je spullen

In Nederland hebben we iemand die al over spark joy schreef toen nog niemand had gehoord van Marie Kondo. Inge van der Ploeg schreef in 2001 Houden van je spullen. Het is een klein boekje dat gaat over hoe je je huis opruimt. Niet door weg te gooien, maar door goed te zorgen voor alles wat je hebt. Als ze uitlegt dat iets ‘koud’ of ‘warm’ kan voelen, komt dat erg in de buurt van spark joy.  Een koude plek is een stoffige hoek op zolder met dozen waarvan je niet weet wat erin zit. Om die plek ‘warm’ te maken, hoef je niet rigoureus weg te gooien. De dozen openmaken en de spullen een goede plek geven, helpt enorm. Je spullen koesteren, daar gaat het bij haar om. Houden van je spullen is een paar keer herdrukt en nog steeds te koop.

Je spullen willen je helpen

Ik denk dat Marie Kondo haar spark joy ook zo bedoeld heeft. Dat zie je als je verder kijkt dan het opvouwen en weggooien. Houden van je spullen is voor haar extreem belangrijk. Als ze thuis komt en haar schoenen uit doet, bedankt ze haar schoenen dat ze haar die dag hebben willen dragen. In elke nieuwe aflevering van de Netflix-serie zie je de bewoners verbaasd en wat ongemakkelijk toekijken als ze, op haar knieën met haar ogen gesloten, het huis begroet. 
Het huis is bezield, net als alle dingen. ‘Je spullen willen je helpen’, heet één van de alinea’s achterin Kondo’s boek ‘Opgeruimd!’. Spullen die je niet meer gebruikt, gooi je niet weg. Je laat ze los en wenst ze een goede reis.
lse Ariëns voor tijdschrift Genoeg
bron

Neem ik die jurk mee?


Wat moet mee, en wat mag weg tijdens de verhuizing?

In het NRC schreef Wim de Jong een wanhoopskreet over de dingen die hij weg moest doen vanwege een verhuizing. Dat artikel leverde een hoop lezersreacties op. Het blijkt een lastig proces, dat onstpullen.

Een paar van die reacties:

Corine Muller-Bauer:
Neem ik die jurk mee?

Wij, 70-plussers, gaan na veertig jaar verhuizen, kleiner wonen. Wat ga ik doen met de jarenvijftigjurken, van mijn moeder, grootmoeder en schoonmoeder, die nog op de vliering hangen? Beeldschone jurken, op maat gemaakt, van prachtige stoffen. Onze drie dochters hebben ze allemaal bewonderd en gepast. De zwart tulen avondjurk met halter en geborduurd ceintuur droeg mijn moeder bijna zeventig jaar geleden naar een feest op Curaçao waar Prins Bernhard de ‘guest of honor’ was. Mijn vader stond naast haar in een witte smoking. Twee jaar geleden leende onze oudste dochter deze jurk voor een oudjaarsnachtfeest. Ze droeg er een zwart maskertje bij. Van beide feesten hebben we een foto, twee mooie jonge vrouwen, grootmoeder en kleindochter in dezelfde jurk, in verschillende werelddelen. Maar is een foto bewaren genoeg, of gaat de jurk mee naar ons nieuwe huis?

Marjan Versluijs-Helder:
Alle Bosatlassen

Wij gaan kleiner wonen. Kinderen de deur uit, dus een huis met alles gelijkvloers is dan de volgende stap. Van drie verdiepingen naar één geeft veel keuzestress: wat wel en wat niet mee? Wat ik niet kwijt wil zijn de Bosatlassen. De atlas van mijn vader uit 1936, 35ste druk, toen te koop voor 7,50 gulden. Het bijzonderste is dat mijn vader die atlas gebruikt heeft. Mijn eigen Bosatlas is van 1964, 43ste druk. Een enorm verschil met die van 1936: Overschie was nog zelfstandig, de Noordoostpolder en Oostelijk Flevoland zijn droog, de Prins Alexanderpolder is nog een polder.

Mijn zoons hebben hun Grote Bosatlas (50ste druk) afgedankt, maar ik bewaar hem. Duitsland is in deze editie weer verenigd. Ik hoop dat mijn kleindochter over tien jaar nog een papieren versie kan toevoegen aan dit rijtje. Daarom gaan de Bosatlassen mee naar het kleinere huis.

Anke van der Veen:
Toch nog wat rommeltjes

Na jarenlang latten, besloten wij om in één huis te gaan wonen. Zijn huis. Een huis vol met spullen en vooral veel, heel veel boeken. Terwijl mijn man ruimte voor mij maakte in één kamer (6 vierkante meter), ruimde ik mijn huis (100 vierkante meter) op. Nou ja, opruimen… In het begin was ik aan het wikken en wegen over al die leuke dingen die ik zo in de loop der jaren verzameld had. Weggooien of weggeven? Wilde nu echt niemand dat leuke tafeltje? Op een geven moment was ik heel vaardig: huppakee weg ermee. Wat bleef er over? Foto’s, boeken (die de moeite van het herlezen waard zijn), lieve briefjes en tekeningen van de kinderen en toch ook nog wat rommeltjes met herinneringen. Mijn man en ik, wij mengen heel goed, onze spullen moeten nog even wennen.


40 dingen die Juliette denkt als haar sleutels kwijt zijn...


Hoe ouder we worden, hoe vaker we dingen kwijtraken. 
Bril, tas, jas, auto, iPhone, sleutels. 
Echt iets om helemaal gek van te worden. 


40 dingen die Juliette denkt als haar sleutels kwijt zijn...

  1. Is het al zó laat? 
  2. Ik moet de deur uit!  
  3. Verrek, waar zijn mijn sleutels? 
  4. Niet op tafel. 
  5. Niet in mijn jaszak. 
  6. Niet in het sleutelvakje in mijn tas. 
  7. Daar heb je dan een sleutelvakje voor. 
  8. Nu even goed nadenken. 
  9. Wanneer had ik ze voor het laatst? 
  10. Toen ik gisteravond thuiskwam met de boodschappen. 
  11. In de boodschappentas! 
  12. Nee. Ik zal ze toch niet in het voordeurslot hebben laten zitten? 
  13. Daar zitten ze nu in elk geval niet. 
  14. Misschien heeft een slimme dief ze eruit gehaald en wacht hij tot ik mijn huis verlaat zodat hij moeiteloos met mijn sleutels naar binnen kan en de boel kan leegroven.
  15. Ik heb de deur nog van binnenuit op slot gedraaid. 
  16. En toen… nee, ze hangen ook niet aan het sleutelhaakje in de gang. 
  17. Daar heb je dan een sleutelhaakje voor. 
  18. Volgens mij had je in de jaren tachtig zo’n apparaatje, dan hoefde je alleen maar te fluiten, en dan ging je sleutelbos piepen. 
  19. Waarom was dat toch een voorbijgaande hype? Ik zou nu een miljoen euro neertellen voor zo’n ding. 
  20. Rustig blijven. 
  21. Nadenken. 
  22. Wat deed ik na de boodschappen? 
  23. Geen idee. Groot zwart gat. Weet niet eens meer wat we gegeten hebben. 
  24. Heb ik wel gegeten? 
  25. Weet ik ook al niet meer. 
  26. Wanneer is dat toch begonnen, die mist die ineens komt opzetten als je je iets simpels probeert te herinneren? 
  27. Als een trein die net nog rustig voor je stilstond en nu steeds sneller in de verte verdwijnt. Niet meer te pakken. Weg. 
  28. Ik weet niks meer van gisteravond. 
  29. Ja, dat ik een opvlieger had. Daar heb je het al. Opvliegers wissen je geheugen. Eerst de meest recente herinneringen, en dan steeds verder.
  30. Tegen de tijd dat ik uit de overgang ben kan ik me alleen nog dingen uit mijn vroege kleutertijd herinneren. 
  31. Ik weet echt niet meer waar ik nog moet zoeken. 
  32. Ik kan gewoon nooit meer mijn huis uit. Voortaan alleen nog thuis werken. En alle boodschappen uit de webwinkel laten bezorgen. 
  33. Kapper aan huis. 
  34. Van die TelSell-apparaten voor de beweging. 
  35. Zonnebankje voor de kleur. 
  36. Ik krijg het er warm van. Nee, hè, niet weer een opvlieger. 
  37. Glas water. 
  38. IJsblokjes. 
  39. Daar zijn de sleutels! In het vriesvak! Logisch. Nu nog even bellen dat ik later ben. 
  40. Maar waar is mijn telefoon?                                                                                                                                                                                                               bron                                                                                                                                                                                                                                                                                    

Over de dingen die we steeds meenamen en niet weggooiden.



Ha Jacquelien,
Super, het idee om elke dag een klusje te doen zoals je op je blog voorstelde. Gisteren heb ik onze boekenkast gereorganiseerd. Goed gevoel. 

In de NRC schreef Pia de Jong de vrouw van DWDD collegetourdocent Robert Dijkgraaf onderstaand stukje over dierbare dingetjes.....
Lieve groet, Anke

Flessenpost

De Wunderkammer vertelt zijn verhaal

Vanuit de Verenigde Staten schrijft Pia de Jong over wat haar opvalt. Vandaag: over de dingen die we steeds meenamen en niet weggooiden.

In de hoek van onze boekenkast staan geen boeken maar dingen. De plankjes zijn zo’n dertig centimeter breed en de kast zelf zo’n twee meter hoog. Ze zijn gevuld met een rariteitenkabinet van spullen. Meegesleept met verhuizingen. Van ouderlijk huis naar studentenhuis, naar het geboortehuis van onze kinderen, naar Amerika. Telkens opnieuw werden ze uit dozen gehaald en op plankjes gezet.

We noemen het onze Wunderkammer . Ieder in ons gezin heeft een eigen plankje, maar in de loop van de tijd is alles door elkaar gaan lopen. Voor iemand van buiten wiens blik erop zou vallen, moet er geen touw aan vast te knopen zijn. Een vreemd allegaartje, zonder enige samenhang. Toch heeft alles zijn vaste plek. En elk object heeft zijn eigen verhaal.

Zelfs als ik mijn ogen sluit, weet ik het merendeel van de dingen te staan. Een piepklein verweesd matroesjkapoppetje dat ooit paste in een groter poppetje dat op haar beurt weer in een groter poppetje paste. Een blauw steentje van een eindeloze wandeltocht door Lapland, meegedragen in mijn rugzak.
Een schelp aangespoeld in Zandvoort op de dag dat ik wist dat ik een dochter kreeg. Een doosje met kralen van een gebroken ketting, in de gauwigheid opgeraapt om ooit weer opnieuw te rijgen, een allang vergeten belofte. Verdwaald daartussen een porseleinen beeldje van Churchill met sigaar, dat de vorige bewoner heeft laten staan.

In de loop van de jaren gooiden we veel weg. Zakken vol brachten we met elke verhuizing naar de kringloop. Na elk schooljaar gingen de met zorg volgeschreven schriften bij het oud papier. Na buien van opruimwoede werden hele lades boven de vuilnisbak omgekeerd. Maar deze dingen bleven bewaard, omdat we ze nu eenmaal niet weggooiden. Ze bleven achter in het schepnet van de herinnering. Om het verhaal nog een keer te vertellen. Immers, om te weten wie we zijn, moeten we weten wie we waren.

De dingen hebben hun geheim, alleen aan de juiste verstaander geven ze dat prijs. En dan nog niet zomaar en ook niet op elk moment. Maar nu de tijd zichzelf in de staart bijt en ik onzeker ben over hoeveel later er nog is, vind ik mezelf vaak terug voor onze Wunderkammer.

Ik til het kinderhandje op dat mijn zoon in de kleuterklas drukte in klei, en leg het in de palm van mijn hand. Ik herinner me de trots toen hij het me gaf. Zijn springerige opgewondenheid. Kijk mama!
Maar in de chaos van een uitlopende kleuterklas, verdween het zonder veel omhaal in de tas, tussen de verse tekening en de krentenbollen. Een snel knikje naar juf Dolores, met haar schort vol spatten papier-maché. En voor ik het wist moest er een pleister geplakt op een geschaafde knie op het speelplein. Het is een wonder dat er alleen maar een barstje in zit.

De ontroering waarvoor ik toen geen tijd had, is er nu wel. Met de inmiddels volwassen zoon, ver van me vandaan. En alsnog de dankbaarheid voor juf Dolores, die zoveel meer verdiende dan die vage knik.



Hoppa - weg ermee




Ontspullen met 22 tips van Jelle Hermus:


Ontspullen zorgt voor meer rust

Ontspullen is schrappen van ellende. Echt waar. Steeds als je overbodige spullen uit je leven gooit, worden je toekomstige dagen iets lichter, luchtiger en kalmer.
Ik bestempel overbodige spullen als ellende, omdat ze je aan de grond houden. Ze vormen ballast. Jij wilt omhoog richting meer vrijheid en blijheid. En overbodige ballast houdt je aan de grond. Die volle zolder, die uitpuilende kledingkast, die oververmoeide boekenplank vol met ongelezen boeken en ongevraagde laag stof.
Nee. Dat kan beter. Ontspullen in huis helpt je opwaarts richting meer vrijheid, blijheid en betekenis. Ontspullen maakt je leven simpeler en rustiger en je hoofd kalmer.
Steeds als je afscheid neemt van een overbodig ding in je leven maak je jezelf iets vrijer.

Ontspullen wordt steeds leuker

Ontspullen gebeurt in golven. Het ene moment heb ik het idee dat ik alle overbodige spullen uit mijn huis heb gegooid. En na een paar maanden kijk ik naar die kast en denk ik: wauw, het ligt vol met overbodige zooi!
Hoe dat kan? Simpel: als je heel bewust hebt besloten om iets niet weg te doen, dan valt het extra op als je het na een tijdje nog steeds niet hebt gebruikt. Ik denk dan: dit boek ga ik nog lezen, dus die bewaar ik. En dan kijk ik een jaar later naar die boekenplank en realiseer ik me dat er wéér een jaar voorbij is gegaan waarin ik dat boek niet heb aangeraakt.
Precies, weg ermee.

Ontspullen in 22 simpele tips

Vandaag wil ik je 22 tips meegeven die je direct kunt uitvoeren bij het ontspullen van je huis. Zodat je snel aan de slag kunt om je leven steeds leuker, lichter en luchtiger te maken. Doe je mee?
  1. Je wilt graag ontspullen maar je hebt de puf niet om te beginnen? Begin dan klein en vraag jezelf af: ”wat kan ik nu direct weg doen?” en zet die stap direct. Denk niet in grote projecten, denk ik de volgende stap die je kunt zetten.
  2. Zet een krat, doos of kist klaar waar je tijdens het ontspullen overbodige meuk in kwijt kunt: je wegdoe-doos. Je hoeft niet nog niet na te denken wat je met die spullen wilt doen. Maar je kunt ze alvast daar parkeren.
  3. Later kun je uitzoeken welke dingen je wilt verkopen of weggeven, welke naar de kringloop kunnen en welke naar de recycling moeten.
  4. Maak ontspullen een vast onderdeel van je dag. Als je elke dag ballast overboord gooit, maak je snel vooruitgang. In een heleboel kleine stappen kun je alles voor elkaar krijgen.
  5. Heb je geen zin om met echte spullen in de weer te gaan? Ontspullen kan ook op je computer of je smartphone. Met minder apps, overbodige mailtjes, ongebruikte afspeellijsten en mislukte foto’s maak je je digitale leven luchtiger.
  6. Haal alle spullen uit je keukenlade en leg ze op het aanrecht. Stop nu alleen de keukengerei terug in de lade die je het afgelopen jaar hebt gebruikt. Breng de rest naar je wegdoe-doos.
  7. Doe hetzelfde met je badkamerkastje. Haal alles eruit, en leg alleen de spullen terug die je gebruikt hebt het afgelopen jaar. Check of producten over datum zijn en gooi die direct weg.
  8. Kom je tijdens het ontspullen afval tegen of dingen die niemand meer wil hebben? Gooi ze dan meteen weg, liefst in de juiste bak. Het is verleidelijk om alles bij het grofvuil te mieteren. Maar juist tijdens het ontspullen loont het om even de moeite nemen om te recyclen, omdat je zoveel spullen wegbrengt.
  9. Verzamel al je boeken op één plek en sorteer ze kritisch. Vraag jezelf af: ”bewaar ik dit boek omdat ik vind dat ik het moet lezen?” – zo ja, doe het weg. Laat die ballast los. Je moet niets, maak jezelf lekker vrij van die verwachtingen!
  10. Ga aan de slag met je voorraadkast. Haal alles eruit, maak de kast schoon en plaats enkel de producten terug die nog goed zijn en die je daadwerkelijk gaat eten. Zet dubbele producten naast elkaar, zodat je direct ziet hoeveel pakken pasta je al hebt, zodat je er niet nóg meer gaat kopen.
  11. Gebruik januari om flink te ontspullen. Je kerstspullen zijn nu uit de berging! Check in je berging of je ongebruikte kerstspullen hebt liggen. Doe de spullen weg die je niet blij maken, en bewaar alleen de kerstspullen die voor jou essentieel zijn. Ik bewaar zelf alleen een paar ballen en lichtjes voor in de kerstboom, de rest heb ik weg gedaan. Dát scheelt een hoop ruimte!
  12. Hoe vaak geef je etentjes voor twintig mensen? Precies, nooit. Waarom heb je dan zoveel servies? Misschien omdat je jezelf wijs maakt dat je in de toekomst etentjes gaat geven. Maar als je het nu niet doet, waarom volgend jaar ineens wel? Minimaliseer je servies, en houd alleen de dingen die je gebruikt en die je blij maken. Simpel.
  13. Heb je echt zes flessen doucheproducten nodig in je douche? Wellicht kun je – net als ik – uit de voeten met minder. Ik gebruik bijvoorbeeld een blok Aleppo zeep en gezichtsreiniger.
  14. Een stapel tijdschriften die je nooit hebt gelezen ga je nooit meer lezen. Hoe pijnlijker het voelt om die stapel weg te doen, des te vrijer je je zult voelen als je de stap genomen hebt.
  15. Waarom heb je vier verschillende middelmatige tassen? Waarom zou je niet kiezen voor één fantastische tas die je elke dag gebruikt?
  16. Zoek uit of je met minder keukenapparatuur meer kunt doen. Sommige goede keukenmachines vervangen in één klap vier apparaten. Dát geeft een hoop ruimte op het aanrecht.
  17. Plaats je die decoratie in huis omdat die hoek echt decoratie nodig heeft, of omdat je anders niet weet waar je die zooi moet laten? Plaats decoratie met intentie, dan kun je de rest ontspullen.
  18. Bewaar je die flippo verzameling omdat je er zo blij van wordt, of omdat je het zonde vindt van de tijd die je er vroeger in hebt gestoken als je hem zou ontspullen? Hetzelfde geldt voor andere verzamelingen. Verzamelen kan leuk zijn – een verzameling bewaren is veel minder leuk. Ontspullen die hap. Laat het verleden los en maak ruimte voor de toekomst!
  19. Heb je al wat stappen gezet met ontspullen in huis? Schrijf voor jezelf dan eens op welke 5 voordelen je het meest ervaart op dit moment. Deze motivatie zal je inspireren om je huis te blijven ontspullen, ook als het moeilijk wordt.
  20. Kom je spullen tegen die echt een emotionele lading hebben? Verzamel die dan in een speciale doos, en bewaar deze voor later. Hoe beter je wordt in ontspullen, des te makkelijker het wordt.
  21. Besef dat het loslaten van spullen niet hetzelfde is als het loslaten van herinneringen. Maak foto’s tijdens het ontspullen, dan kun je altijd nog de herinneringen ophalen als je wilt.
  22. Weet dat je in elk tempo kunt ontspullen. En dat je zo ver kunt gaan als prettig voelt voor jou. Ontspullen die je niet voor anderen, dat doe je voor jezelf. Omdat je jezelf een rustiger, lichter huis gunt.
Kleine stappen kosten weinig moeite. En met een heleboel kleine stappen kom je al snel flink vooruit. Dus vraag jezelf af: welke van deze 22 stappen ga ik vandaag zetten? 😊

Stop met opruimen, wees een sloddervos



Trouw - 07.12.2019

Vijf jaar na het verschijnen van 'Opgeruimd' van de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo zijn we er wel een beetje klaar mee, al dat ontspullen en minimaliseren. Waarom zouden we gelukkig worden van boenen, schrobben en weggooien?
CINDY CLOIN

Heeft u het boek van Kondo ook in een hoek gegooid of zweert u erbij? En waarom? Niet iedereen is een Marie Kondo. De Japanse zorgde er sinds het verschijnen van haar boekje 'Opgeruimd' in 2014 voor dat overal ter wereld mensen de overvloedige spullen in hun huis die ze geen 'plezier' meer brachten gingen 'bedanken' voor bewezen diensten, om ze vervolgens weg te gooien. Met Kondo's mantra 'Geeft het je nog plezier?' hield je bijna niets meer over.
Zelf ben ik geen Marie Kondo. Bij elke oprisping om mijn huis vol speelgoed, knutselspullen en uitpuilende keukenkastjes eens grondig aan te pakken, kijken mijn kinderen elkaar meewarig aan. Weer zo'n opruimaanval van hun moeder die hoopt met lege kastjes ook een leger hoofd te krijgen. Gelukkig waait het meestal snel weer over. Maar moet het ook? Maakt het je leven opgeruimder, gelukkiger misschien?

'Onzin', zegt schrijver en journalist Marian Donner. Donner schreef het 'Zelfverwoestingsboek', eigenlijk een pamflet voor slordiger leven dat deze zomer verscheen. Ondertitel: 'Waarom we meer moeten drinken, stinken, branden en dansen.' Donner: 'We voeren een oorlog tegen onszelf. We blijven maar schrobben en boenen, boeken op kleur in de boekenkast zetten, kattenharen wegzuigen die er de volgende dag opnieuw liggen, in de hoop dat het ons een opgeruimde geest en een opgeruimd leven oplevert.'

Er zijn zeker mensen die uitstekend gedijen in een huis vol spullen en die een hartgrondige hekel hebben aan opruimen, weet Lammy Wolfslag van de Nederlandse Beroepsvereniging Professional Organizers. "Minimaliseren en ontspullen zijn de laatste vijf, zes jaar absoluut een hype, waarschijnlijk is er inderdaad sprake van het Marie Kondo-effect."
En dat is niet per se zaligmakend, vindt zelfs de professional organizer. 'Een ordentelijk huis en een minimalistische inrichting werkt misschien voor de één, maar voor de ander totaal niet. Ik zeg altijd: al staat je huis bomvol, er hoeft nog geen paperclip weg als je dat niet wilt. Er zijn allerlei overwegingen voor mensen om niet op te ruimen. Omdat je gehecht bent aan spullen en bijbehorende herinneringen, omdat je je tijd liever anders besteedt, omdat je het zonde vindt spullen zomaar weg te doen die je misschien ooit nog kunt gebruiken, omdat je het zo gezellig vindt al die prullaria. Maar...'

Natuurlijk is er een maar. 'Opruimen betekent keuzes maken', zegt Wolfslag. 'Als iemand heel veel spullen heeft, zou je dat kunnen zien als veel uitgestelde beslissingen. Hoe komt het dat iemand niet beslist wat hij of zij ermee wil? Als je je eigenlijk niet prettig voelt bij al die spullen, je er onrustig van wordt of elke dag behoorlijk wat tijd kwijt bent met het terugvinden van iets, dan is het misschien verstandig om wél op te ruimen. Ook al heb je er een hekel aan.'
Voor bijna iedereen geldt dat het lekker is als je huishouden min of meer op de automatische piloot gaat. Als het thuis een totale chaos is, dan drukt stress van bijvoorbeeld je werk zwaarder. Je hoeft niet in een klinische omgeving te wonen, maar zorg er op zijn minst voor dat je huishouden een werkbaar systeem is.'

Je van troep ontdoen om zo jezelf opgeruimder en gelukkiger te voelen. 'We willen onszelf voortdurend verbeteren en onder controle hebben', constateert Marian Donner. Volgens Donner, die zichzelf ziet als notoire sloddervos, zijn wijzelf het probleem niet maar zit het probleem in de wereld om ons heen. 'Onze wereld is gericht op beter en meer, waarin niets ooit genoeg is en je altijd productiever kan en moet zijn.' En dan gaat het niet alleen over een opgeruimd huis. Op alle leefgebieden worden we geacht een betere versie te worden van onszelf. Leef gezond! Wees dankbaar! Vind je geluk! Maak een plan, yes you can, spark joy! De hele zelfhulpindustrie die continu oproept in jezelf te investeren, is volgens Donner ondraaglijk streng, en ondraaglijk nuchter. 'Tegelijkertijd kampen veel mensen met stress, depressies en eenzaamheid. Wie weet is op deze manier proberen te leven wel schadelijk voor de geest.' In haar boek roept ze dan ook op om de teugels wat meer te laten vieren. 'Rook, drink, maak troep. Het is niet per se gezond, maar je voelt je in elk geval vrijer. En misschien maakt het wel gelukkiger'.

Michel Dijkstra, onafhankelijk geleerde op het gebied van oosterse filosofie, wijst erop dat we in alle opruimwoede niet moeten vergeten dat Kondo uit Japan komt en dat haar methode een flinke dosis oosterse filosofie ademt. 'Ze is sterk beïnvloed door shinto, de oorspronkelijke Japanse levensbeschouwing die staat voor verbinding met anderen en met de natuur. Er is respect voor alle objecten, ongeacht of iets leeft of levenloos is.'
Een belangrijk onderdeel van shinto zijn rituelen rondom zuiveren en schoonmaken, iets wat je ook duidelijk terugziet in het dagelijks leven in Japan. 'Wie schoonmaakt reinigt tegelijkertijd zijn geest én loopt minder kans op ongeluk', licht Dijkstra toe.
Met die achtergrond is het vanzelfsprekend dat je je oude lamp met respect bejegent, deze bedankt en hem daarna pas weg doet. Dijkstra: 'In de oosterse filosofie gaat het niet om het grote geluk of grote veranderingen in het leven. De westerse invulling is wat instrumentalistisch. Alsof je met opruimen direct een hoger doel bereikt in je leven. Dat is natuurlijk niet zo, maar de utopie verkoopt.'

Overigens vindt Donner ook weer niet dat we allemaal sloddervossen en rommelkonten moeten worden. 'Mijn bureau ligt vol troep en ik ben mijn sleutels altijd kwijt. Het is misschien minder perfect en efficiënt, maar ik gedij erbij. Leven betekent voor mij dat dingen vies worden en dat er spullen liggen. Ik wil niet als een schoonmaakmachine tekeergaan. En ik durf te beweren dat ongetwijfeld voor veel meer mensen geldt dat ze zich een stuk gelukkiger zouden voelen wanneer ze niet langer de druk voelen om op te moeten ruimen.'

Opruimen heeft niet alleen een individuele, maar ook een culturele betekenis,
vertelt Walter Weyns, cultuursocioloog aan de universiteit van Antwerpen. 'Opruimen is een vorm van reflectie. Wat vinden we de moeite waard om te bewaren aan stoffelijke zaken, aan tradities. Wat willen we doorgeven aan anderen en wat mag voorgoed verdwijnen? Opruimen krijgt zo bijna iets existentieels. In onze moderne samenleving overheersen rationele argumenten: iets moet vooral nuttig en functioneel zijn. Is dat niet het geval, dan kan het eigenlijk wel weg is de heersende gedachte.'

De boodschap van Kondo klinkt volgens Weyns bijna betoverend. 'Het gaat niet alleen om het wegdoen van spullen die geen nut voor je hebben. Je begint met iets kleins als het ordenen van je sokken en warempel: het kan, alles in je leven veranderen. Wat een belofte, wat een manier om regie over je eigen leven te krijgen.' Maar zo werkt het niet, denkt ook Wolfslag. 'Een kast uitmesten kan een kortdurend geluksgevoel geven, omdat het overzicht en rust in je hoofd brengt. Onderschat niet hoe lekker dat kan voelen. Maar jouw opgeruimde kastje is niet per se het begin van iets groters, van geluk.'
En stel dat het wél lukt om door je huis op te ruimen meer grip te krijgen op je leven. 'Hoe saai zou dat zijn?' vraagt Weyns zich af. 'Het rommelige, het speelse, het onverwachte kan je namelijk ook een gevoel van vrijheid en een boost aan creativiteit geven.'

Als het je prima bevalt om te leven in een rommelig en vol huis, hoef je niet te voldoen aan het maatschappelijk ideaalbeeld. Wat meer troep in huis, is een zegen voor velen. Dijkstra: 'Je kunt slaaf worden van je streven naar orde en rust. Misschien is vreugde in wanorde dan toch een beter alternatief.'


Els: 'Een paar jaar geleden verhuisde ik naar een kleiner huis. Er moesten wel spullen weg omdat het niet meer paste, maar dat vond ik zo lastig! Alles wat ik in huis heb, heeft betekenis. Neem bijvoorbeeld een tas met spullen van mijn eerste man. Hij was mijn grote liefde en is jong overleden. Je denkt toch niet dat ik zijn spullen wegdoe of in het rommelhok bij de fietsen zet? Hij verdient een plekje in huis.
In de dingen om me heen voel ik de aanwezigheid van mensen die er niet meer zijn. Maar ik voel ook de aanwezigheid van mezelf beter. De spullen maken wie ik ben. Als ik rondkijk, kan ik warm worden van alle herinneringen. De kentekenplaat van mijn eerste auto, een kaasstolp die we kregen bij ons huwelijk. Ik sleep hem sinds 1980 mee, terwijl ik helemaal geen kaasstolp gebruik. De kleren van mijn overleden moeder draag ik zelfs nog. Mijn zoons zijn gewend aan een rommelig huis. Zij klagen er niet over, we kunnen er prima in leven zo.

Ik erger me dood aan opruimgoeroes die zeggen dat je moet ontspullen. Als ik me ergens aan stoor, dan is het niet dat het huis vol staat, maar aan het feit dat ik niet genoeg schoonmaak. Het is moeilijk bijhouden met poetsen. Ik heb te veel schilderijtjes en voorwerpen voor aan de muur, dus staan ze ertegenaan. Net als stapels met boeken. Het benauwt me als ik bedenk dat ik misschien de tijd niet meer heb om alles te lezen. Het is mijn fear of missing out.'


Leuk dit artikel in Trouw: 
Ik ben wel benieuwd naar jullie mening over opruimen.
Over opruimen in de zin van ordenen, sorteren, wegdoen, afdanken.
Word je er blij van? Geeft het je rust en ruimte? 
Of word je er juist geïrriteerd en treurig van?

Ik vind het leuk om daar wat blogjes over te maken.
Mail me jouw ervaringen, als je dat wilt.
Fijne dag!